label interview microfoon

[Interview] Vivien Waszink: “Als er andere woorden van een woord worden gevormd, is dat een teken dat een woord aan het inburgeren is”

Jens Heylen

Vivien Waszink
Foto: Instituut voor de Nederlandse Taal

Neologismen zijn alomtegenwoordig, ook in coronatijden. Ze kunnen allerlei vormen aannemen: echt nieuwe woorden, bestaande woorden met een nieuwe betekenis of leenwoorden. Vivien Waszink, taalkundige en onderzoekster bij het Instituut voor de Nederlandse Taal, laat in dit interview haar licht schijnen over dit taalfenomeen en geeft als expert ons wat meer inzicht in hoe zij ermee aan de slag gaat.

Hoe zou u het fenomeen neologismen beschrijven?

“Ik heb zelf een redelijk brede opvatting van de term. Al zijn er in de taalkunde wel verschillende meningen over. Zo bestaat er een vrij nauwe opvatting van neologismen, waarbij taalkundigen alleen alle nieuwgevormde woorden, zoals coronakapsel bijvoorbeeld, als een neologisme beschouwen. Zulke woorden beschouw ik ook als neologisme maar de bredere opvatting die ik en een paar andere taalkundigen hebben omvat ook bestaande woorden met een nieuwe betekenis. Bijvoorbeeld het woord slim. Dat kon je vroeger alleen zeggen over personen of intelligente dieren maar tegenwoordig is het ook vergelijkbaar met het Engelse woord smart, in de zin dat je iets kan verbinden met het internet, dat er dus chips of sensoren inzitten. Ook nieuwe leenwoorden zie ik als een neologisme. Vandaag de dag wordt er wel redelijk veel geleend uit het Engels, bijvoorbeeld woorden als app of touchscreen. Die zijn ondertussen natuurlijk wel al tien jaar oud maar dat zien we ook als neologismen.”

Is dat dan ook wat een neologisme zo speciaal maakt, dat het verschillende betekenissen kan aannemen?

“Ja, ik denk het wel. Wat ook interessant is voor taalkundigen is dat neologismen eigenlijk altijd volgens vaste patronen worden gevormd. Het gaat meestal over nieuwe samenstellingen, dus combinaties van twee woorden die we al kennen of bestaande woorden in een nieuwe betekenis of leenwoorden. Dus in alle gevallen is het eigenlijk gebruiken wat je al hebt. Veel mensen zeggen dan ook terecht: “Is het dan wel zo nieuw?” Het zijn wel nieuwe vormen of gebruiken maar je gebruikt wel altijd het taalmateriaal waar je dus al over beschikt. In die zin is het dus ook niet echt nieuw. We zijn eigenlijk de hele tijd al dingen aan het hergebruiken.”

Wat is precies het nut van neologismen? Dragen ze bij tot een betere manier van communiceren?

“Wat je eigenlijk heel duidelijk kan zien, vooral afgelopen jaar en dit jaar, is dat er in de maatschappij een heleboel nieuwe dingen gekomen zijn die een benaming nodig hebben. En nu is dat wel heel duidelijk gebleken met corona. De hele samenleving veranderde en dat zorgde voor een explosie aan nieuwe woorden. In normalere tijden zie je dat ook wel. Bepaalde onderwerpen zoals politiek of milieu staan altijd wel in de belangstelling. En dan zie je ook dat er in die domeinen heel veel nieuwe woorden ontstaan. Bovendien zijn er ook ieder jaar nieuwe rages. Kledingstukken die “in” zijn, nieuwe uitvindingen die worden gedaan of nieuwe vormen van tijdverdrijf, etc. Rages zijn meestal wel tijdelijk, dus dat zijn dan duidelijk woorden die maar eventjes in gebruik zijn. Als de rage weer voorbij is, zie je ook dat het woord weer verdwijnt. Het is in ieder geval niet zo dat ieder nieuw woord in een woordenboek van Algemeen Nederlands terechtkomt. Heel veel nieuwe woorden komen op, worden een tijdje gebruikt en verdwijnen daarna weer.”

Hoe komt het dat sommige woorden wel in woordenboeken worden opgenomen? Heeft dat dan te maken met de zogenaamde FUDGE-test?

“Die test is in ieder geval wel een middel dat door taalkundigen gebruikt wordt om een nieuw woord te testen op houdbaarheid. Als er een nieuw woord bijkomt dan moet je dat woord als woordenboekmaker een tijdje in de gaten houden. Als je het gaat googelen, moet je je afvragen: “Zie ik dit woord in veel verschillende bronnen en wordt het door verschillende mensen gebruikt of niet?” Soms kan het namelijk zijn dat een persbureau een nieuw woord gebruikt en dat veel kranten of tijdschriften dat dan ook overnemen. Dan denk je: “Dit woord verspreidt zich wel snel”, maar dan is het eigenlijk steeds dezelfde bron van waar het woord uitgaat.”

“De vijf factoren van de FUDGE-test zijn meer dingen die wij als taalkundigen hanteren bij de beoordeling van zo’n woord. In het algemeen moet je er ook op toekijken of het naar iets blijvends verwijst. Een goed voorbeeld daarvan is het woord app. Zoals ik al zei een oud woord, maar dat is wel in korte tijd voor veel mensen belangrijk geworden. Bijna iedereen heeft een smartphone, dat is ook zo’n woord. Een app is voor veel mensen, ook in allerlei leeftijden, belangrijk dus je ziet dat zo’n woord in korte tijd heel bekend is geworden. Bovendien: als er andere woorden van een woord worden gevormd, dan is dat ook een teken dat een woord aan het inburgeren is. Eerst hadden we alleen het leenwoord app maar ondertussen kunnen we ook al zeggen: “Ik ben aan het appen.” Dat heeft dan ook weer de specifieke betekenis van: “Ik stuur een bericht via Whatsapp”. Dat is dan eigenlijk ook weer afgeleid van weer iets anders dan van de eigenlijke betekenis van het woord app.”

“Als er dus een nieuwe uitvinding wordt gedaan die voor heel veel mensen heel nuttig is dan zie je ook dat zo’n woord gauw inburgert. Of iets dat speelt in de politiek. Bijvoorbeeld anderhalvemetersamenleving. Het kan best zijn dat zulke woorden blijven bestaan of gebruikt blijven worden, toch zeker de komende tien jaren. Wat ook een voordeel is, is dat de meeste woordenboeken tegenwoordig digitaal zijn. Dat geeft de woordenboekmaker ook mogelijkheden om tussentijds informatie zoals “Dit woord werd vooral tussen 2020 en 2025 gebruikt.” bij te voegen bij een bepaald woord. Daarnaast biedt het ook mogelijkheden voor de lexicograaf om allerlei gebruiksinformatie bij een woord op te nemen en die informatie ook te veranderen door de tijd.”

U werkt ook aan een Neologismenwoordenboek. Hoe moeten we dat juist zien? Is het vergelijkbaar met een algemeen woordenboek?

“De opzet is grotendeels hetzelfde. Het is de bedoeling om er zoveel mogelijk neologismen in op te nemen. Het is waar dat een groot deel daarvan maar eventjes gebruikt wordt en weer verdwijnt, maar neologismen zijn ook heel interessant wat betreft de woordvormingspatronen. Dat je bijvoorbeeld ziet dat bepaalde procedés steeds weer worden gebruikt, zoals de vorming van samenstellingen of het steeds gebruiken van bepaalde woordelementen. We hebben in het Nederlands best wel veel woorden met het eerste lid “lok”: loktiener, lokoma, lokpuber, etc. Eigenlijk allemaal personen die ingezet worden door de politie om een bepaald gedrag uit te lokken. Loktiener om bijvoorbeeld te onderzoeken of een winkelier alcohol verkoopt aan een minderjarige. Het is een trend om woorden te vormen met het prefix “lok”. Bovendien is dat morfologisch gezien ook heel interessant, want dat is een bepaald woordvormingsprocedé in het Nederlands dat kennelijk steeds gevolgd wordt en dat zie je dus heel vaak bij de vorming van neologismen.”

“Het is eigenlijk zonde dat een heleboel neologismen maar eventjes gebruikt worden want zo kan je ze niet opnemen in een Algemeen Nederlands Woordenboek. Je zou op die manier immers suggereren dat iets een woord is dat iedereen kent en dat het Algemeen Nederlands is. Jammer dus dat het zo verloren gaat, daarom ook dat ik met het idee van een Neologismenwoordenboek ben gekomen. We besteden ook veel aandacht aan de etymologie van het woord, omdat je bij neologismen vaak heel duidelijk kan aanwijzen wanneer en door wie een woord voor het eerst gebruikt werd en hoe het populair werd. Anders dan bij woorden die we al heel lang gebruiken, kan je neologismen wel heel duidelijk in de tijd afbakenen. Vaak zie je dat bij een nieuw woord ook andere woorden vaak gebruikt worden die erop lijken. Zoals bijvoorbeeld sojaccino, een cappuccino op basis van sojamelk. In het woordenboek hebben we daarvoor een speciaal veld waarin je samenhangende woorden, zowel in vorm als betekenis, kan opnemen. Bij het woord sojaccino kan je dan bijvoorbeeld doorklikken op latte of latte art of barista.”

Op de site van het Instituut voor de Nederlandse Taal verschijnt er elke week een nieuw woord. Wanneer wordt iets verkozen als nieuw woord?

“We kijken wat er in die week in het nieuws is geweest, wat er gebeurd is. Het nieuwe woord sluit aan bij de actualiteit en vervolgens schrijven we er een verhaaltje bij om het woord in een context te plaatsen. Vaak proberen we dan ook in te gaan op de talige vorming van het woord. Een paar weken geleden had ik het woord quarantainecoach, iemand die mensen begeleidt die in quarantaine zitten. Semantisch gezien niet zo interessant want we weten wat beide woorden afzonderlijk betekenen, maar toen heb ik bijvoorbeeld de betekenis van het woord coach nader toegelicht. Dat komt eigenlijk uit de sportwereld, maar nu heeft het ook een algemenere betekenis gekregen van iemand die iemand anders bijstaat. Bovendien klinkt het voor veel mensen niet zo negatief. Bij coach ligt de nadruk meer op “beter worden” en niet op problemen.”

“Al is er ook wel kritiek omdat iedereen zich een coach kan noemen. Dus het komt wel eens voor dat de nieuwe vorming op zichzelf wel duidelijk is maar dat je dan iets over de achtergrond vertelt. De woorden mogen niet te doorzichtig zijn. Niet alleen de actuele waarde is belangrijk maar ook de semantische. We hebben al veel kritiek gekregen van mensen die zeggen: “Ja, zo kan ik ook een woord vormen”. We zetten soms ook “waarschuwingen” bij de woorden, zoals: “Dit is formeel, sarcastisch of als scheldwoord bedoeld”. Het is dus niet de bedoeling dat elk woord in een woordenboek ook effectief gebruikt moet worden door de mensen.”

Kunnen neologismen bepaalde frames oproepen? Beïnvloeden ze de publieke opinie?

“Bepaalde woorden dragen natuurlijk een bepaalde lading met zich mee of kunnen een bepaald gevoel oproepen. Dus als je die woorden dan veel gebruikt in kranten bijvoorbeeld dan is dat inderdaad een bepaalde manier van framing. Maar woordenboekmakers beschrijven alleen de opgekomen woorden. Dus het is niet zo dat wij ook proberen om gedrag in een bepaalde richting te sturen. Daarom is het ook belangrijk dat je in een woordenboek een uitgebreid informatiesysteem hebt waarmee je de pragmatische gegevens van een woord kan aangeven. Dat je dus, zoals ik al zei, heel specifiek voor elk woord kan aangeven dat iets informeel, beledigend of sarcastisch is. De laatste jaren wordt er ook veel geschreven over diversiteit en discriminatie en dan zie je soms wel dat bepaalde woorden in korte tijd door heel veel mensen als heel beladen of beledigend worden beschouwd. Taalverandering gaat heel langzaam, maar dat kan er soms wel voor zorgen dat een woord in een paar jaar tijd een heel andere lading krijgt.”

Wat voor (opmerkelijke) zaken zijn er u bij uw onderzoeken naar neologismen nog opgevallen?

“Ik weet niet of het opmerkelijk is, maar een heleboel nieuwe woorden zijn eigenlijk twee aparte woorden die in elkaar geschoven, dus verkort zijn. Biologische limonade wordt bijvoorbeeld bionade. Dat zien we wel vaak gebeuren bij de vorming van nieuwe woorden. Vaak wordt de term “blend” gebruikt, een soort mix van twee aparte woorden. Nieuwe woorden worden meestal zo kort mogelijk gevormd. Verkorte elementen is dus echt iets van neologismen. Soms zie je ook wel dat zo’n verkort element op zichzelf een nieuw morfeem wordt, een soort gebonden morfeem met een lexicale betekenis dat je dan ook weer in andere vormen kan gebruiken. Zo wordt de “zine” uit magazine apart gebruikt, wat vervolgens tot bijvoorbeeld e-zine (elektronisch magazine) kan leiden. Taalkundig gezien is dat een interessante ontwikkeling. En ook daarom is het belangrijk om neologismen in woordenboeken vast te leggen want dan kan je ook weer die losse elementen benadrukken of definiëren.”

Jens Heylen
Jens Heylen

Jens Heylen studeerde Nederlands, Duits en Italiaans in de Bachelor Toegepaste Taalkunde aan de KU Leuven Campus Antwerpen. Momenteel volgt hij daar de masteropleiding journalistiek. 

e-mail: jens.heylen@student.kuleuven.be

Klik hier om het volledige interview te downloaden als pdf