Vertaler versus vertaaltechnologie: de toekomst van de vertaler in tijden van technologie

Naomi Nys

Foto Naomi Nys

In dit digitale tijdperk is technologie niet meer weg te denken. Vreemde talen zijn minder vreemd met Google Translate binnen handbereik. Vertaaltechnologie wordt steeds sneller en slimmer. Heeft het dan nog nut om een vertaal- of tolkopleiding aan te vangen? Hoe zit het met de toekomst van de vertaler? Gert Vercauteren, docent aan de Universiteit Antwerpen, faculteit Letteren en Wijsbegeerte, biedt antwoord op deze vragen.

Amid Faljaoui, directeur van de Franstalige tijdschriften van Roularta, schreef in zijn rubriek over vertalen het volgende: ‘Nog maar een paar jaar en je kan dankzij de digitale revolutie rechtstreeks spreken met wie dan ook op de wereld of elke tekst die in een andere taal is opgesteld meteen vertalen. De mensen van wie het normaal de job is, vertalers en tolken, dreigen daardoor werkloos te worden. Aangezien deze grote omwenteling voorzien is voor ten laatste 2025 hebben vertalers en tolken nog maar enkele jaren om zich voor te bereiden en te handelen.’ Wat vindt u hier van? Zijn vertalers en tolken volgens u gedoemd om te verdwijnen?

Gert Vercauteren: Niet helemaal, want dat doemverhaal vertellen ze al sinds de jaren 60. Al zolang er vertaaltechnologie bestaat, hoor je dat soort uitspraken regelmatig terugkeren. Het is wel zo dat de job van de vertaler verandert. We merken dat er een duidelijke evolutie is door die vertaaltechnologie, maar anderzijds is het zeker niet dat er minder werk is voor de vertaler en/of dat de vertaler overbodig zou worden. Absoluut niet. De foutieve onderliggende idee die aan zulke uitspraken ten grondslag ligt, is dat vertaaltechnologie en machinevertaling gemaakt zijn om vertalers overbodig te maken en om zomaar alles van de ene taal naar de andere taal te vertalen. Dat is helemaal niet de bedoeling geweest. Vertaaltechnologie is eigenlijk ooit ontstaan om het werk van de vertaler te vergemakkelijken. 

In welke zin vergemakkelijken vertaalmachines het werk van vertalers zonder ze overbodig te maken?

Gert Vercauteren: Ten eerste is er gewoon veel te veel werk voor de menselijke vertalers. Ten tweede, in tegenstelling tot wat Faljaoui zegt, zou ik eerder zeggen dat er een tekort is aan vertalers, net omdat er zo veel vertaalwerk is. Er zijn natuurlijk wel teksten die erg repetitief zijn en daardoor te saai om door mensen te laten vertalen en dan is zo’n machine wel interessant. Je merkt ook dat machinevertaling vaak gebruikt wordt in situaties waar de vertaling niet perfect hoeft te zijn. Neem bijvoorbeeld de vertaaloptie bij berichten op Facebook: die vertaling is vaak niet perfect, maar op basis daarvan krijg je wel een idee van wat er bedoeld wordt. Maar als je gaat kijken naar documenten die echt goed vertaald moeten zijn om gepubliceerd te worden bijvoorbeeld, dan merk je dat de kwaliteit van machinevertaling nog lang niet goed genoeg is om publiceerbare vertalingen af te leveren. Precies daarom hebben we vertalers nodig en moeten we vertalers opleiden die de nuances en kleur van de talen zodanig goed beheersen dat ze de fouten die een machinevertaling bevat, kunnen opmerken en aanpassen. De machines worden wel beter en op zinsniveau lijken de vertalingen in orde, maar als je naar het grotere geheel en de context kijkt, zie je dat er toch nog een heleboel mankementen zijn. Machines kijken namelijk nog steeds naar losse woorden en zinnen en niet zozeer naar het grotere geheel van de tekst. Zodra machines over die zinsgrens heen moeten vertalen, loopt het vaak verkeerd.

Wie bekend is met Google Translate heeft vast al wel gemerkt dat sommige vertalingen erg stroef klinken of gewoonweg foutief zijn. Maar er zijn ook experimenten waarbij een vertaalrobot en een menselijke vertaler hetzelfde stukje tekst vertalen en dat respondenten dan moeten kiezen welke vertaling beter klinkt. Heel vaak komt de vertaalrobot als beste uit de bus. Hoe verklaart u dat machinevertaling soms verkozen wordt boven die van de vertaler?

Gert Vercauteren: Ze worden inderdaad steeds beter. De nieuwste tools, zoals de meest recente Google Translate of DeepL, werken met een neuraal model (Neural Machine Translation), waarbij ze leren vertalen zoals mensen dat doen. Als je korte stukjes laat vertalen door die machines en je laat mensen stemmen op welke vertaling ze beter vinden, dan zie je wel vaker die verschuiving waarbij mensen onbewust de machinevertaling verkiezen. Het probleem is wel dat dit volgens de vertaalwetenschap geen valide model is om je onderzoek te voeren, omdat je de stukjes tekst uit hun context haalt. Zodra je deze stukjes weer in hun grotere geheel plaatst, merk je dat de vertaling toch niet zo goed klinkt. Bij dergelijke onderzoeken moeten we dus eigenlijk niet naar losse zinnen kijken, maar naar volledige teksten. Bovendien moeten we ook rekening houden met de verschillende genres. Een gespecialiseerde of technische tekst wordt vaak heel goed vertaald door machines, maar krantenartikels of literaire teksten bijvoorbeeld, daar loopt het dan weer mis. Daar blijft de menselijke vertaler onontbeerlijk. 

Hans Bennis, bestuursvoorzitter van het Expertisecentrum Literair Vertalen, zegt dan weer: ‘Vertalers spelen een cruciale rol in onze samenleving. Dat moeten we niet onderschatten. Zonder goed opgeleide, talentvolle vertalers kunnen we geen kennis nemen van wat er in andere landen wordt gedacht en geschreven. Dat geldt voor zowel culturele als voor maatschappelijke en politieke uitingen. Niet alleen de samenwerking binnen Europa, maar ook de verdergaande globalisering vergroot de noodzaak om kennis te nemen van elkaars taal, cultuur en maatschappij. In dat proces vervullen vertalers een essentiële rol.’ Klopt dit volgens u? Zijn vertaalmachines dan niet in staat om die zaken te doen in de plaats van de vertaler?

Gert Vercauteren: Ook hier is context weer belangrijk. Literaire teksten bijvoorbeeld bevatten veel meer culturele elementen en die context heeft een vertaalmachine gewoonweg niet. In dergelijke teksten wordt voortdurend verwezen naar andere teksten, andere bronnen, andere ideeën en dat zijn zaken die een menselijke vertaler herkent en waar die ook juiste verbanden kan leggen. Dat is iets wat een vertaalmachine niet kan, omdat ze die ruimere culturele context niet heeft. 

Veel mensen weten ook niet dat vertaalopleidingen een enorme focus leggen op de cultuur van de taalgebieden, zodat vertalers de bagage hebben om daarmee aan de slag te gaan.

Gert Vercauteren: Dat klopt. Zelfs voor de studenten die de opleiding aanvangen komt dit vaak onverwacht. Ze begrijpen aanvankelijk niet goed waarom ze al die cultuur en achtergrond nu moeten kennen. (lacht) Maar uiteraard, als je die bagage niet hebt, kun je die verbanden niet leggen, daarom maakt cultuur een groot deel uit van het lessenpakket. 

Hans Bennis pleit ook voor meer investeringen in vertaalopleidingen. Heeft het nut om te investeren in de toekomst van de vertaler?

Gert Vercauteren: Zeker en vast, zelfs met de vertaalmachines zijn er nog te weinig menselijke vertalers om al het werk gedaan te krijgen. In 2018 was de vertaalmarkt goed voor een omzet van 50 miljard dollar, slechts 10 à 15% daarvan was afkomstig van post-editing (het achteraf bewerken) van machinevertalingen. Dat betekent dat nog steeds 85% van het vertaalwerk gedaan wordt door menselijke vertalers zonder machines. Bovendien is die 50 miljard al een groei van 10% ten opzichte van de cijfers in 2017. Als we helemaal terugblikken naar de cijfers in 2010 is de omzet sindsdien verdubbeld. De vertaalmarkt groeit dus enorm. Vertalen is en blijft meer dan enkel een tekst in een andere taal in een document zetten, zoals velen soms denken. 

En hoe zit het met tolken? Hoe staat het daar op vlak van technologische evoluties?

Gert Vercauteren: Voor tolken heeft de technologie eigenlijk nog helemaal geen voet aan de grond. Dat wordt nog altijd door mensen gedaan. De recentste technologie die ik gezien heb rond tolken was eind 2019. Binnen het Europees Parlement wordt er nu geëxperimenteerd met machines die naar speeches luisteren. Af en toe haalt die machine daar dan een term uit, die op het scherm van de tolk verschijnt, zodat de tolk zeker de juiste term gebruikt. Maar nog niet op zinsniveau en al helemaal geen volledige teksten. Dat gaat gewoon veel te snel. Die machines zijn handig voor termen of getallen, die de tolk als ondersteunend materiaal kan gebruiken, maar daar blijft het ook bij. 

Als we kijken naar media bijvoorbeeld, doen die nog vaak een beroep op vertalers of redden zij het met machines?

Gert Vercauteren: Media worden steeds belangrijker, dus de vraag naar ondertitels, dubbing (nasynchronisatie) en dergelijke wordt veel groter en ook daar wordt eigenlijk heel weinig gebruik gemaakt van machines. Er zijn tal van onderzoeken naar het gebruik van machines bij ondertiteling, maar hoewel ondertitels in principe relatief eenvoudige en korte zinnen zijn, merken we daar dat de machines heel slechte resultaten genereren. Bij ondertitels zijn er verschillende beperkingen in tijd en ruimte en dat gaat de machines nog niet zo goed af. Ook zijn ondertitels maar een deeltje van een groter multimodaal geheel, in dit geval bijvoorbeeld een televisieprogramma, dus ook hier kom je weer bij het belang van context terecht. Bovendien heb je bij ondertiteling dus ook nog eens een visuele context, bovenop de tekstuele context. Een menselijke vertaler kan beide zien en dat speelt in zijn voordeel ten opzichte van vertaalmachines. Bij dubbing bots je ongeveer op dezelfde problemen als bij het tolken. Ze zeggen al jaren dat we binnen 5 jaar allemaal werkloos zijn, maar de recentste evoluties geven net aan dat we meer vertalers en tolken nodig hebben. De vraag wordt steeds gevarieerder. 

Pleit u dan ook voor investeringen in vertaalopleidingen en de toekomst van de vertaler?

Gert Vercauteren: Absoluut. Vreemde talen kennen en die culturele bagage zijn al belangrijke aspecten. Maar we moeten ook erg focussen op de moedertaal, in ons geval het Nederlands. Bij Nederlandse machinevertalingen zijn er namelijk nog een heleboel tekortkomingen. Als we vertalers en tolken in de toekomst gaan opleiden, moeten we er als opleiding ook op letten dat studenten het Nederlands zeer goed beheersen. We hoeven ons de eerstvolgende 10 jaar alvast zeker geen zorgen te maken. Er zal nog altijd nood zijn aan goed opgeleide vertalers en tolken. Vooral als we ervoor zorgen dat toekomstige vertalers hun moedertaal goed beheersen, kunnen we de machines nog steeds een stapje voor blijven. 

Naomi Nys (°1995) studeerde toegepaste taalkunde (Engels en Portugees) aan de Universiteit Antwerpen, gevolgd door de master in de journalistiek aan de KULeuven. Ze heeft ambities om in het onderwijs te werken.e-mail: naomi.nys@student.kuleuven.be

Klik hier om dit artikel als pdf te lezen.